Technieken
>> Omvormen >> Dieptrekken

Dieptrekverhouding

 

Wanneer een product diepgetrokken wordt kan dit in meerdere trekken plaats moeten vinden.

In dat geval spreekt men over volgtrekken. We zullen ons in eerste aanleg concentreren op het dieptrekken: dus hierbij wordt het product in één trek vanuit een vlakke blenk getrokken. Door het koud vervormen wordt het kristalrooster namelijk verstoord en dit betekent dat het materiaal harder en stugger wordt. Men noemt dit het verstevigen van het materiaal. Voor de realisatie van strekfasen in het product is deze versteviging een voorwaarde. Voor “zuiver” dieptrekken (van een cilindrisch product) ligt de nadruk op het gemakkelijk stuiken van de blenkrand.

 

De moeilijkheidsgraad van het dieptrekken wordt uitgedrukt met de z.g. dieptrekverhouding (βo).

 

  

                                                                    A blenk

Deze wordt uitgedrukt door:    βo = √ -------------

                                                                    A stempel

 

Hierin is: A blenk       (oppervlak van de blenk)

                 A stempel  (oppervlak van de stempel)

 

                                                                                                 D blenk

Bij een cilindrisch product gebruiken we:          βo = √ -------------

                                                                                                 d stempel

 

 

 

De maximale dieptrekverhouding wordt bepaald door de sterkte van de reeds gevormde productwand enerzijds en de grootte van de radiale intrekspanningen in de flens, samen met de wrijvingskrachten tussen plooihouder, trekring en flens anderzijds.

Hierbij nemen de wrijvingskrachten relatief toe naarmate de verhouding D/to groter wordt. Dit verklaart, waarom de lijnen x en y een dalend verloop hebben.

 

 

Figuur 6. Grafiek om βo max. af te lezen

 

 

Deze grafiek is gebaseerd op praktijksituaties en daarom is er sprake van twee mogelijkheden:

 

  • Lijn y voor slechte dieptrekcondities, zoals te kleine inloopradii, te ruime trekspleet, onjuiste smering en oppervlakteruwheid van het gereedschap etc.
  • Lijn x voor optimale condities, waarbij min of meer over laboratoriumomstandigheden kan worden gesproken.

 

Het verdient bij de bepaling van βo max. dus aanbeveling deze waarde af te lezen in het midden van lijn x en y.

 

Gegeven blenkdiameter 200 mm, stempeldiameter 100 mm, plaatdikte 1 mm.

Als onder “normale condities” wordt diepgetrokken kunnen we zeggen:

 

De dieptrekverhouding = 200/100 = 2,   βo max. = 2,05 (aflezen in bovenstaande grafiek), dus 1 trek is voldoende.

 

βo max. is ook te berekenen met de volgende formule: βo max. = 1 + ½ √ 4 – 0,004 D/to

Metalen